Design & fotografie door Inpromar

© VinBeau 2017

Beaujolaisstreek

Druivensoorten

Productieproces

Classificatie

 De Gamay druif

 

De Beaujolais wordt nagenoeg volledig geregeerd door de Gamay druif. Voluit: de Gamay Noir à Jus Blanc. Maar liefst 98% van de wijnen in de Beaujolais is gemaakt van deze druivensoort. De resterende 2% wordt gemaakt van de Chardonnay en de Pinot Noir, en in nog mindere mate van de Pinot Gris en de Aligoté.

Ligging

De Beaujolais is een prachtig authentiek landelijke wijnstreek in de onderste helft van Frankrijk. Het gebied strekt zich uit van iets ten zuiden van Mâcon tot voorbij Villefranche-sur-Saône. Het van noord naar zuid gerekte gebied beslaat een oppervlakte van zo'n 800 vierkante kilometer (55 x 12 à 15 km).

 

Klimaat

Het klimaat in de Beaujolais is mild. Onder invloed van zowel de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee als het land, wisselen de weertypes elkaar af. Meestal is het in de Beaujolais mooi en rustig weer, maar bekend zijn ook de dreigende en onheilspellende luchten die regen en onweer aankondigen, al dan niet in combinatie met forse hagelbuien.

 

De wijngaarden

De wijngaarden van de Beaujolais beslaan in totaal ca. 22.000 hectare. De gebieden Beaujolais en Beaujolais-Villages zijn daarbinnen verreweg het grootst en kennen bij elkaar ook de grootste opbrengst. De samenstelling van de bodem is enorm gevarieerd. Zo zorgt de leisteen voor de zware grond van Morgon, bevat de bodem van Régnié meer graniet en bevinden zich in de stenige grond van Brouilly meer kalkresten. Het mooie van deze geologische diversiteit is dat het leidt tot een enorme diversiteit in de wijnen uit de Beaujolais.

De Beaujolais kent  vier classificaties:

 

Crus du Beaujolais

De kwalitatieve top van de wijnen uit de Beaujolais wordt gevormd door de 10 Crus du Beaujolais. Een Cru du Beaujolais wordt gemaakt van druiven uit een specifiek gebiedje in de Beaujolais dat recht heeft op een eigen 'Appellation d'Origine Controlée' (AOC). Voor elke Cru uit de Beaujolais zijn strenge productienormen opgesteld. Zo is er een maximum voor de oogst per hectare en mag de wijn niet meer dan 14% alcohol bevatten. Met uitzondering van de Moulin-à-Vent en de Côte de Brouilly dragen alle Crus de naam van het betreffende dorp of stadje. Beginnen we in het noordelijkste puntje en gaan we van daaruit naar het zuiden, dan komen we achtereenvolgens tegen: St-Amour, Juliénas, Chénas, Moulin-à-Vent, Fleurie, Chiroubles, Morgon, Régnié, Brouilly en Côte-de-Brouilly.

 

Beaujolais-Villages

De Beaujolais-Villages is kwalitatief van een niveau hoger dan de A.O.C. Beaujolais. Dit is voornamelijk te danken aan de bodemsamenstelling van de wijngaarden die voor de Gamaydruif gunstiger is. De appellation ‘Beaujolais-Villages’ mag worden gevoerd door 36 dorpen voor uitsluitend de rode wijn. In plaats van Beaujolais-Villages mag op de etiketten ook de naam van het dorp aan 'Beaujolais' worden toegevoegd. Bijvoorbeeld Beaujolais Juliénas.

 

A.O.C. Beaujolais

De Appellation d'Origine Controlée Beaujolais (zonder toevoegingen) is verreweg de grootste en wordt vooral gevonden in het zuidelijke en het meer oostelijk gelegen gedeelte van de Beaujolais.

 

Beaujolais Nouveau

De Beaujolais Nouveau is een beetje vreemde eend in de bijt, omdat deze in korte tijd wordt gemaakt. Bij de bereiding van de Beaujolais Nouveau worden lagere temperaturen aangehouden en verblijven de druiven slechts korte tijd in de gesloten tanks waarin de gisting plaatsvindt. Na de fermentatie wordt de wijn na een korte rustperiode gefilterd en geklaard. Door de wijn enige uren onder het vriespunt te koelen wordt deze gestabiliseerd, waarna de hierdoor ontstane neerslag door een tweede filtering wordt verwijderd. De Beaujolais Nouveau wordt ieder jaar op de derde donderdag in november vrijgegeven.

Van de oogst in het gebied van de A.O.C. Beaujolais wordt de helft van de druiven gebruikt voor het maken van Beaujolais Nouveau. Van de druiven uit het gebied van de Beaujolais-Villages wordt ongeveer een derde voor de Nouveau gebruikt.

Om lekkere fruitige wijnen te krijgen, wordt de wijn in de Beaujolais op een speciale manier bereid. Deze manier van wijnbereiding heet ‘macération carbonique’  (koolzuurgisting) en gaat als volgt:

 

Anders dan in andere gebieden worden de druiven in de Beaujolais met de hand geplukt. De wijnstokken staan namelijk te dicht bij elkaar (zo'n 10.000 per hectare) om er met oogstmachines tussendoor te gaan. Na het plukken gaan de hele druiventrossen in een afgesloten tank waar ze onder druk worden gebracht met koolzuurgas.

 

Door het transport en het gewicht barsten de onderste druiven open en komt de gisting op gang. Door gebrek

 

De wijn rijpt in vaten en tanks aan zuurstof stopt deze gisting echter op een paar procent alcohol. De druiven in de tank ondergaan ondertussen een intercellulaire gisting (gisting binnen de schil) waardoor kleurstoffen en aroma’s onder de schil in het vruchtvlees worden opgenomen. Het sap wordt vervolgens naar een andere tank getransporteerd en de overgebleven druiven worden geperst. Deze twee ‘wijnen’ worden samengevoegd en gisten op de 'gewone' manier (zie onder) verder. Een tweede gisting waarbij de appelzuren worden omgezet in melkzuren volgt direct hierna.

 

De Gamay-druif is zeer geschikt voor deze manier van wijn bereiden. Het levert fruitige wijnen op die een lage zuurgraad en laag tanninegehalte hebben. Hierdoor smaken ze zacht en soepel en kunnen ze jong gedronken worden.

 

Hoe wordt wijn in andere gebieden bereid?

In andere gebieden worden de druiven machinaal geplukt. Vervolgens worden de steeltjes verwijderd en worden de druiven gekneusd en in kuipen of tanks gedaan. Daar begint een gistingsproces waarbij de suiker in de druiven wordt omgezet in alcohol en koolstof. Tijdens de gisting borrelen de schillen naar het oppervlak, waar ze een dikke massa vormen (de chapeau). Het sap wordt voortdurend over de chapeau gepompt zodat het in aanraking blijft met de schillen. Wanneer na zo'n twee weken het alcoholpercentage opgelopen is tot ongeveer 14 procent, sterven de gistcelen en stopt het gistingsproces.

 

De wijn onder de chapeau laat men naar tanks of vaten lopen en de overgebleven pulp (de chapeau) wordt geperst. Deze geperste wijn wordt soms weer bij de eerste wijn gevoegd. In de vaten of tanks komt de wijn tot rust, waarop er na de winter een tweede gisting volgt. Hierbij worden in twee tot drie weken appelzuren omgezet in melkzuren. Vervolgens wordt de wijn overgeheveld naar andere fusten om niet meer in contact te zijn met het bezinksel van de tweede gisting. Ten slotte wordt de wijn geklaard (helder gemaakt) en gebotteld.